Ooievaarsnest

  

Verhaal van : ...  Oege  Borsboom

Dit verhaal komt van Oege Borsboom



Op 13 februari 1940 werd ik geboren in de Burgemeester G. Boschstraat nr. 14.
Mijn ouders hadden al een dochtertje Hennie geboren in 1933 en een zoontje
Karel geboren in 1937, in 1948 kwam daar nog een broertje Johan bij.

Van mijn eerste jaren kan ik mij niet veel meer herinneren.
Het eerste wat mij voor de geest komt moet ongeveer aan het eind van de oorlog geweest zijn.
In het parkje, wat toen nog een grote kuil was, bivakkeerden Duitse soldaten.
Wij vonden dat zeer interessant en kregen chocolade van ze.

Het hele Ooiervaarsnest was voor ons kinderen een grote speelplaats.
De steeg achter ons huis was een zand pad, ideaal om te knikkeren en landjepik te spelen.
Dit laatste spelletje zie je niet meer omdat alles nu betegeld en bestraat is.
Bij landje pik kon je een mooi vierkant in het zand krassen en met een mes op oog hoogte liet je die vallen.
Waar het mes met de punt in de grond terecht was gekomen kon je een streep in het zand trekken wat dan het door jou veroverde land was etc.etc.
Vooral met het knikkeren moet het een oorverdovende herrie zijn geweest, maar niemand die daar iets van zei.
Ook met het spelen van boefie en tuut moet het een herrie zijn geweest.
Het paf, paf paf moet een aardige geluidsoverlast gegeven hebben.
Maar ja, auto's waren er niet, wij hadden de ruimte.

Er was ook nog een buurthuis waar je kon figuurzagen en spelletjes kon spelen.
Meneer Bekker was daar erg actief om de jeugd zoet te houden.
Wat minder leuk geweest moet zijn was dat wij met blaaspijpen van pcv pijltjes in de gordijnen schoten, en nog erger balletjes van klei tegen de ramen.
Achter de huizen lag het land van Ackkermann.
Wij keken tegen een grote schuur aan en achter die schuur stonden op een rij de hokken van de 
hazewindhonden races.
Dit was elke keer weer een spectaculair gebeuren.
Om het veld heen liep een lijn waar langs de huid van een haas werd getrokken door aan een groot wiel te draaien.
Prachtig om te zien hoe die honden achter die haas aan renden.
Ool werden daar kaatswedstrijden gehouden maar daar snapten wij niets van.
Bij Ackkermann liepen soms gevaarlijke honden, wij noemden ze, bloedhonden.
Het gebeurde weleens dat er een los liep en een ander hondje verscheurde.
Ook staat mij voor ogen dat er veel hondjes los liepen en met elkaar paarden en dan soms aan elkaar vast zaten, er moest dan een emmer water over om ze los te krijgen.
In de buurt woonde Konja een jongen met het Syndroom van Down, die liep vaak de hele dag om het parkje heen een karretje voort duwend.

Sommige kinderen uit de buurt gingen naar een christelijke school in Alkmaar maar wij gingen naar het schooltje op de Munnikenweg.
Het gebeurde nogal eens dat wij met natte voeten op school of thuis kwamen want slootje springen was er in.
In de jaren voor 1950 waren de winters streng en er viel vaak veel sneeuw waar enorme hutten van gebouwd werden.



Er lag altijd wel ijs en van uit de buurt kon je mooi over het ijs naar Oudorp lopen of schaatsen.
Een paar gebeurtenissen in ons buurtje zijn mij altijd bij gebleven.
Bij de fam. Schot brak er brand uit en een van de kinderen een jongetje die geestelijk en lichamelijk gehandicapt was kwam daar bij om het leven. 
Nog een andere gebeurtenis die een schok door de buurt te weeg bracht was het overlijden van het enig kind van de fam. Leegwater uit de Ooievaarsstraat.
Ik was een jaar of elf toen ik geroepen werd door Wouter van Dijk die wist te vertellen dat Pietje Leegwater verongelukt was.
Waar het precies gebeurt is weet ik niet meer, in ieder geval Pietje was met een vriendje aan het fietsen toen hij zijn vader achter hun op de motor aan hoorden komen.
Bij het achter om kijken raakten de sturen in elkaar.
Pietje viel met zijn hoofd op het stuur en was op slag dood.
Hij lag later thuis opgebaard, zijn moeder vroeg of wij hem nog wilden zien, maar dat durfden wij niet.
Als ik in Alkmaar ben en het graf van mijn ouders aan de Westerweg bezoek dan ga ik ook altijd even naar het graf van Pietje.
Ik moet een jaar of 12 geweest zijn toen wij naar de Kievitstraat 19 verhuisden. 
De huizen waren wel iets groter maar een douche bijvoorbeeld zat er ook daar niet in.
Om een bad te nemen gingen wij soms naar het badhuis op het Canadaplein.
Toen kwam de leeftijd dat wij minder op straat speelden.


Perkie aan de burgm. G Boschstraat
Charles Barten, Ruud Wognum, Oege Borsboom, Henk de Groot


Een vriendje, Henk Groot, was een van de eerste met een platen speler.
Wat zullen wij daar vaak in de voorkamer naar muziek hebben geluisterd.
Met Henk, accordeon, Klaas Schot, drum, Jack Boskamp, banjo en ik gitaar hadden wij een bandje gevormd.
Eenmalig hebben wij zelfs opgetreden voor een voetbalclub in de Keizerskroon op het Waagplein.
Gelukkig overstemde de accordeon van Henk alle andere geluiden want volgens mij was de rest van de band niet om aan te horen.
Zoals zovelen had ik geen idee wat ik wilde worden.
Via een oom kwam ik in aanraking met de familie De Boer uit Stompetoren die een gemend bedrijf hadden van akkerbouw en fruitteelt.
Ik had geen idee van het boerenbedrijf allemaal inhield dus er moest ook naar school gegaan worden.
Eerst vier jaar naar de Lagere Tuinbouwschool te Zuid- Oost Beemster gevolgd door drie jaar de Rijks Middelbare Tuinbouwschool te Hoorn.
Daar tussen door werkte ik op het bedrijf.
Terug kijkend heb ik daar geen spijt van gehad.
Het was hard en zwaar werk maar het buiten leven stond mij wel aan.
Thuis was er geen ruimte om te leren dus na school of werk zat ik s'avonds in de Bibliotheek in de Langestraat mijn huiswerk te maken.
Gelukkig was er ook nog tijd voor andere dingen.
Met Jack Boskamp zat ik op dansles en gingen wij vaak naar het strand en achter de meiden aan.
Bij Jack thuis die in de boerderij tegen over bakker Nouta woonde hadden wij menig feestje met vrienden.
Ook met Charel Barten had ik een mooie vriendschap.

feestje bij Jack Boskamp in 1957 met o.a:
Liedie Ufkens, Joop Hiele, Ad de Koning, Jack en zijn moeder Mevr.Knol, Wim Schot en Oege Borsboom,


Ik weet nog goed dat wij ieder op een oude fiets over de Afsluitdijk reden naar een oom en tante in Veenwouden (FR.) om daar achter in de tuin ons tentje op te slaan.

Kamperen in Veenwouden

Ik was inmiddels 21 jaar toen ik van school kwam en meteen in dienst moest.
Ik had 2 jaar uittel gehad maar ik moest er toch aan geloven.
Ook van de diensttijd heb ik nooit spijt gehad tot op heden heb ik nog contact met een oude dienstmaat.
Eind januari 1963 zwaaide ik af.
Maar een aantal maanden voor het afzwaaien kreeg ik een advertentie opgestuurd van een leraar uit Hoorn over een baan bij de Rijks Tuinbouw Voorlichting Dienst van het Tuinbouw Consulentschap te Geldermalsen.
Om precies te zijn er werd een Streek Verbeterings Assistent gevraagd voor Het Land van Heusden en Altena.
Ik had nog nooit van die streek in West Brabant gehoord, laat staan wat die baan precies inhield.
Maar, ik in mijn militaire pakje, op sollicitatie gesprek.
Tot mijn verrassing werd ik aangenomen en kon per 1 februari 1963 beginnen.
Ik vond een kosthuis bij een gezin met 2 dochters te Woudrichem.
Als jong broekje, net uit militaire dienst, moest ik proberen om in die streek de fruitteelt op een hoger niveau te brengen.
In het begin werd ik ingewerkt door een oudere collega en reed met hem mee om de streek en bedrijven te leren kennen.

Later kreeg ik zelf een Rijksmotor van het Ministerie van Landbouw waar mee ik de boer op kon.
Om de veertien dagen ging ik met verlof naar huis en zocht daar mijn oude vrienden op.
Op een van die weekeinden dat ik thuis was ben ik gaan dansen in Het Wapen van Heemskerk in de Breedstraat en ontmoette daar een lief meisje uit Alkmaar wat later mijn vrouw werd.

Eind 1965 reageerde ik op een advertentie uit Wageningen waar een onderzoek assistent werd gevraagd bij de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (TNO) voor het landelijk onderzoek naar nachtvorst bestrijding in de fruitteelt.
Ik werd aangenomen en kon per 1 februari 1966 beginnen. Ik werd gestationeerd op het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt van de Landbouwuniversiteit.
Maar eerst werd er in januari 1966 getrouwd met mijn grote liefde.

  
onze trouwfoto januari 1966      Klik op de foto, voor een vergroting


Vijf jaar heb ik met veel plezier dit onderzoek kunnen doen.
Omdat na vijf jaar het project was afgerond kon ik een vaste aanstelling krijgen bij de Universiteit als onderzoek en onderwijs assistent.
Het gevarieerde onderzoek en het werken met studenten ben ik met veel plezier tot mijn pension blijven doen. 
In mijn prive leven was het overlijden van mijn ouders en Johan alle drie binnen een half jaar een grote schok.
Het krijgen van drie mooie dochters gaf gelukkig veel troost.
Ik kan terug kijken op een mooie jeugd en een geweldig werkzaam leven, wat kan een mens nog meer wensen.
Het leven in Wageningen is goed maar ons buurtje vergeet ik nooit.

Oege Borsboom





 


 

 

 

Reactie's   Klik hier

 

                                         - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

                                                                ^  ^ Omhoog  ^  ^

 

          ©   www.barten.eu